De coalitie heeft haar begroting rond gekregen door vrijwel alle koopkrachtwinst van burgers de komende jaren af te romen. Maar als economische tegenwind opzet - bijvoorbeeld door de Hormuzcrisis - kan dat zomaar omslaan in een koopkrachtdaling. Zijn de 2,5 miljard euro die de 'vrijheidsbijdrage' en het hogere eigen risico volgend jaar moeten opleveren politiek wel houdbaar?

Het zit Rob Jetten niet mee. Een maand nadat hij in 2022 aantrad als energieminister, viel Rusland Oekraïne binnen. En nog geen week na zijn aantreden als premier, vielen Amerika en Israël Iran aan, waarop die laatste de straat van Hormuz blokkeerde. Wéér een energiecrisis.

Maar toen de coalitiepartijen aan het onderhandelen waren over de begroting, was die crisis nog niet te voorzien. De economische situatie was nog enigszins oké. Maar ook toen al was het moeilijk om alle wensen (Defensie, klimaat, stikstof, onderwijs) te financieren.

Gelukkig zag de coalitie een uitweg. De komende jaren zouden de lonen namelijk sneller stijgen dan de inflatie: de koopkracht zou dus stijgen. Gemiddeld met 0,6% per jaar, berekende het Centraal Planbureau.

Maar vrijwel al die groei roomde het kabinet af. De 'vrijheidsbijdrage' (feitelijk een hogere loonbelasting) van 1,5 miljard en het verhogen van het eigen risico tot (waarschijnlijk) 460 euro van 1 miljard euro zorgen ervoor dat de koopkracht volgend jaar niet stijgt, maar gelijk blijft.

Koopkracht historisch en raming (pre-Hormuz). Bron: Centraal Planbureau In deze definitie van koopkracht (statisch) wordt ervan uitgegaan dat de situatie van burgers gelijk blijft. Wie promotie maakt, of meer gaat werken, kan er dus meer op vooruitgaan dan dit cijfer.

Tagged in: