Dit artikel is geschreven door journalist Jurgen Tiekstra, die het stikstofdossier op de voet volgt. Hij is redacteur bij Binnenlands Bestuur, werkt als freelancer, en schreef het boek: Het klimaatdebat als lachspiegel.
Het is zover: Femke Wiersma treedt af als landbouwminister. Haar partij BBB werd groot op de golven van het boerenprotest tegen het stikstofbeleid van haar voorgangers. Maar die tijd is voorbij: de BBB heeft nog maar vier Kamerzetels over. Zelf blijft Wiersma Tweede Kamerlid, maar ze gaat voortaan het woord voeren op totaal andere thema's, zoals defensie, woningbouw en het koningshuis. Drie moties van wantrouwen en één motie van afkeuring kregen haar als landbouwminister niet klein, maar de afgelopen verkiezingen wel.
Betekent dit wéér een grote draai in het stikstofbeleid? Nou, nee.
Integendeel. Het komende kabinet zet het beleid door waarmee zij als minister was begonnen. Er is geen werkelijke terugkeer naar het beleid van haar voorgangers: Christianne van der Wal (VVD) en Carola Schouten (ChristenUnie).
Het enige wat weer terug op tafel komt, zijn de zogeheten provinciale gebiedsprocessen, waaraan het kabinet-Schoof een einde maakte. De provincies sorteren momenteel, terwijl je dit leest, voor op het rijksgeld dat hopelijk in hun richting gaat komen. Dat kan gebruikt worden voor het afwaarderen van landbouwgrond van de boeren, of het instellen van stikstofvrije zones rondom natuurgebieden.
Maar verder blijft er toch heel veel bij het oude.
Wiersma vertrekt, maar wat blijft?
Want net als Wiersma wil óók het nieuwe kabinet de Kritische Depositiewaarde (KDW) halen uit de stikstofwet, die nog stamt uit de tijd van Carola Schouten (2021). Deze KDW geeft aan hoeveel stikstofbelasting de verschillende kwetsbare natuurgebieden zo ongeveer kunnen bolwerken.
Oók het nieuwe kabinet wil een rekenkundige ondergrens invoeren in het rekenmodel Aerius. Dat model berekent hoeveel stikstof er op elke hectare natuurgebied valt door de uitstoot van een melkveehouderij, een snelwegverbreding of de bouw van een nieuwe woonwijk. De reden is dat al sinds minstens de adviescommissie-Hordijk in 2020 bekend is dat Aerius niet geschikt is voor het modelleren van de depositie van zulke kleine eenheden op zulke kleine oppervlaktes.
Oók het nieuwe kabinet wil het oude depositiebeleid van Schouten en Van der Wal inwisselen voor emissiebeleid, met emissieplafonds per boer. Dat betekent dat met niet langer kijkt hoeveel stikstof er op een hectare natuur neerkomt, maar hoeveel er bij een melkveehouder uitgaat.
Oók het nieuwe kabinet wil net als Wiersma middelsturing inruilen voor doelsturing. Dit houdt in dat boeren met meer eigen regie de verplichte doelen mogen halen, en minder aan de hand van voorschriften werken.
Oók het nieuwe kabinet wil net als Wiersma dat de landbouw in 2035 42-46 procent minder ammoniak uitstoot in vergelijking met 2019 (Ammoniak is de stikstofverbinding die bij boeren veruit het belangrijkste is.) Zelfs al wéét de regering dat actiegroep MOB van Johan Vollenbroek dit als reden noemde om opnieuw rechtszaken op te starten: MOB heeft berekend dat deze percentages te klein zijn voor de reductiedoelen die nu nog in de wet staan.
Nieuwe minister, ander beleid?
Is oud-wethouder Jaimi van Essen uit Deventer een stiekeme landbouwlobbyist? Vast niet. Maar vooralsnog lijkt hij in de komende kabinetsperiode niet een echt ander stikstofbeleid te voeren dan zijn voorgangster, die wel voor lobbyist is versleten.
Misschien dat sommigen nu zeggen: In tegenstelling tot het kabinet met BBB, zet het komende kabinet boeren wel het mes op de keel. Zie deze zin uit het regeerakkoord: ‘Als het stikstofdoel van 2035 niet wordt gehaald, zal als ultieme remedie worden gekort op dier- of fosfaatrechten bij landbouwbedrijven.’"
Dat lijkt klip en klaar. Toch stond in september 2025 bijna datzelfde in een Kamerbrief van Wiersma: ‘Als dit niet gebeurt en de veehouder de norm in 2035 niet haalt, volgt een sanctie zoals een boete of een last onder dwangsom.’ En: ‘Als zwaarste instrument voorziet het kabinet in exceptionele gevallen van structurele en verwijtbare overschrijding het handhavend sturen op het aantal dieren dat op het bedrijf gehouden mag worden, bijvoorbeeld doordat de benutting van een productierecht (tijdelijk) kan worden bevroren of ingenomen.’
Anderen werpen nu wellicht tegen: Het nieuwe kabinet komt ten minste wel weer met een stikstoffonds van 20 miljard euro, net als het kabinet-Rutte IV. Dat is waar, er zal bijvoorbeeld weer meer geld naar de provincies gaan. Maar reken je niet rijk: het kabinet-Schoof keek qua geld tot en met 2030, het nieuwe kabinet kijkt qua geld tot en met 2035. In de praktijk is het verschil de komende jaren maar een paar miljard. Dat gaat niet het grote verschil maken.
Het is nu eenmaal zo dat het stikstofbeleid van de afgelopen tijd niet versmald kan worden tot landbouwlobbyisme en BBB. Dat schreef ik al in september 2024. Dit laatste benadruk ik niet uit ijdelheid, maar uit oprechte verbazing over de aanhoudende misverstanden in het zo weerbarstige stikstofdossier.
Lukt het nu wél om Nederland van het stikstofslot te halen?
This article is for paid members only
To continue reading this article, upgrade your account to get full access.
Subscribe NowAlready have an account? Sign In