De roep om een Nationale Investeringsbank neemt toe. Daarmee zou 100 miljard euro in de Nederlandse economie geïnvesteerd kunnen worden. Maar Nederland komt al om in de banken; wat mist zijn dúrfinvesteringen. Plus: acht alternatieven die meer zoden aan de dijk zetten.

Vergeet de polarisatie waar iedereen het over heeft. De Nederlandse polder is springlevend, iedereen is het heerlijk met elkaar eens. Van PVV tot hoogleraren, van vakbond tot miljardairs. Nederland moet een Nationale Investeringsbank krijgen. Of, om preciezer te zijn, een 'nationale investerings- en innovatiebank' (want dat klinkt leuker). Als die consensus zich de komende maanden weet te nestelen in de verkiezingsprogramma's van genoeg politieke partijen, dan is het haast een gedane zaak. Willen we een Investeringsbank? Dan krijgen we een Investeringsbank!

Dit verbazingwekkend slecht onderbouwde plan heeft zich in een paar maanden tijd razend populair gemaakt. Maar wat behelst het plan eigenlijk? En is het wel verstandig dat we daar onze pijlen op richten?

Waar komt dit idee vandaan?

Het balletje begon te rollen toen FME, de branchevereniging van de technologische industrie, begin februari een elfpuntenplan presenteerde om de industrie uit het slop te trekken. Met prominente bedrijven als ASML, Tata Steel, Philips en DAF, heeft de club veel goodwill in Nederland.

FME leunde voor zijn aanbevelingen onder meer op een goed ontvangen rapport dat Mario Draghi vorig jaar schreef, de oud-president van de Europese Centrale Bank. Volgens Draghi moest Europa 800 miljard euro gaan investeren in de economie, wat volgens FME voor Nederland zou neerkomen op zo'n 10 miljard euro.

De recht voor zijn raap pratende FME-voorman Henrar (ex-Tata) gooide daar een schepje bovenop. In een interview met NRC naar aanleiding van het FME-plan, pleitte hij voor een nationale investeringsbank, net zoals Duitsland (KFW) en Frankrijk (Bpifrance) dat hebben. Zo kun je een vliegwieleffect krijgen.

Een bank kan namelijk niet alleen haar eigen geld uitlenen, maar ook geld van anderen aantrekken, zoals spaarders en obligatiebeleggers. Dat idee werkten enkele oudgedienden uit de polder verder uit tot een plan van zes A4'tjes. En ze verzamelden er 51 handtekeningen voor.

De indrukwekkende lijst ondertekenaars van het plan voor een Nationale Investeringsbank.

Want, zoals de website van de Nationale Investeringsbank het 'in het kort' samenvat: '1 wordt 10'. Je stopt als overheid 1 miljard in de bank als buffer, en kunt daarmee 9 miljard aan leningen ophalen bij bijvoorbeeld pensioenfondsen. Zo heb je 10 miljard euro. En als je er als overheid 'pakweg 10-12 miljard' in stopt, zoals zij willen, dan kun je daar dus wel 100 miljard euro van maken.

En dat niet alleen, dit bedrag lijkt ook nog eens uit de hemel te vallen. We hoeven er geen belastingen voor te verhogen, niet te bezuinigen, de staatsschuld loopt er niet van op. Wie wil dit nou niet?

De Nationale Investeringsbank over zichzelf

De Tweede Kamer liet zich snel overtuigen. CDA-leider Henri Bontenbal en Volt-voorman Laurens Dassen dienden in mei een motie in om te kijken hoe het al bestaande Invest-NL kan worden omgebouwd tot zo'n Nationale Investeringsbank. En uiteraard kregen zij veel collega's mee: 143 Kamerleden van de 150 stemden voor. Alleen enkele partijen die immuun zijn voor maatschappelijk consensus, zoals Forum en de Partij voor de Dieren, stemden tegen.

We hebben niet te weinig, maar teveel banken

De komende tijd gaan politieke partijen sleutelen aan hun verkiezingsprogramma en de financiële onderbouwing daarvan. Ongetwijfeld gaat dit 'gratis geld' van Henrar en co daar een prominente rol in krijgen. Want zoveel meevallers zijn er niet meer nu de economie leidt onder een handelsoorlog en er miljarden meer naar defensie 'moeten'.

Maar daarmee slaat Nederland een heilloos pad in.