Buitenlandse bedrijven hebben een duizelingwekkende 3.302 miljard euro geïnvesteerd in de 'echte' Nederlandse economie. Daarmee behoort Nederland tot de absolute wereldtop. Het maakt Nederland rijker, maar ook machtelozer; strategisch afhankelijker, maar ook strategisch belangrijk. Maar de klad zit er in. Het nieuwe kabinet moet dit oplossen, maar is verscheurd tussen 'open' bewindslieden en 'autonomen'.
For an English version of this article, click 'Nederlands' in the right hand corner of your screen and switch to 'English'. Or just click this link.
In dit artikel lees je:
- hoe uniek Nederland is als het gaat om buitenlandse investeringen
- waarom dat ons land zoveel welvarender maakt
- maar Nederland ook afhankelijk van het buitenland maakt
- waarom de politiek dit probleem heeft verergerd
- waarom Nederland bij uitstek níét geschikt is voor het idee van strategische autonomie
- wat de politiek zou kunnen doen om het tij te keren
Shell? Vertrokken. Unilever? Vertrokken? AkzoNobel en DSM? Die staan na een fusie met een been in het buitenland. Erg he? Wat gaat het toch bizar slecht met ons vestigingsklimaat, zo klinkt het vaak. Ditzelfde rijtje hoor je om de haverklap voorbij komen als er ook maar één bedrijf de woorden 'mogelijke vertrek' in de mond te neemt en de paniek weer toeslaat.
Maar daarmee kijken we de verkeerde kant op.
Natuurlijk, Nederlandse multinationals zijn belangrijk voor onze economie, maar buitenlandse multinationals zijn veel belangrijker. Zij hebben 3.302 miljard euro in Nederlandse fabrieken, datacentra, kantoren en andere zaken gestoken, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). Brievenbusfirma's zijn hiervan uitgesloten.
Daarmee behoort Nederland tot de absolute wereldtop. Rijkelandenclub OESO, die met eigen cijfers werkt, telt slechts drie landen die meer buitenlands geld hebben binnengehaald dan Nederland. Nederland staat na het grote Amerika (16.388 miljard dollar), China (3.622) en het Verenigd Koninkrijk (2.504 miljard) op een vierde plek. En dat met 18 miljoen inwoners.
Wie die buitenlandse investeringen afzet tegen de omvang van de economie meerekent, ziet dat alleen mini-staat Luxemburg meer buitenlandse investeringen aantrekt dan Nederland (214% van onze economie). In Amerika is dat 56%, in Duitsland een magere 27% en in China 19%. Dat maakt dat Nederland echt een fundamenteel andere economie heeft dan deze landen: veel meer verweven met de wereld.
Buitenland versus Nederland
Er zijn bijna 18.000 buitenlandse multinationals actief in ons land, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Samen hebben zij 1,3 miljoen mensen in dienst. Daarmee hebben zij sinds een paar jaar meer mensen in dienst dan Nederlandse multinationals.

Én ze betalen ook nog eens beter. Medewerkers verdienen per uur 9 euro meer dan bij een Amerikaanse dan bij een Nederlandse multinational, berekende het CBS. Niet omdat Amerikanen zoveel socialer zijn, maar omdat er simpelweg veel meer geld wordt verdiend bij Amerikaanse bedrijven. In de loop der jaren hebben diverse Amerikaanse tech-bedrijven ervoor gekozen om hun Europese hoofdkantoor in Nederland te vestigen, vaak in Amsterdam. Denk aan Uber, Netflix en Tesla. Het voordeel: als zo'n bedrijf snel groeit, groeit Nederland vrijwel automatisch mee.

Waar komen al die buitenlandse bedrijven vandaan?
Jarenlang werd Nederland weggezet als een belastingparadijs dat vooral brievenbusfirma's aantrok. Iets vies waar we vooral van af moesten. Zeker tijdens het kabinet Rutte 3 zette toenmalig staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief de bijl in het fiscale paradijs (de vraag is of hij nu als minister van Sociale Zaken met diezelfde botte bijl gaat inhakken op de verzorgingsstaat).
Maar al die fictieve miljarden die door de Zuidas stroomden verhulden het zicht op de gigantische echte stromen investeringen. Ruim 500 miljard euro komt uit Amerika, gevolgd door de Britten. Hoewel Nederland onderdeel is van de EU, komt minder dan de helft van het geld uit onze mede-lidstaten van de Unie. Dat geeft aan dat Nederland niet zozeer een echte EU-economie is, als wel het koppelstuk tussen de Angelsaksische wereld en de continentaal Europese.

Wat doen al die buitenlandse bedrijven hier?
Buitenlandse multinationals die hier actief zijn, zijn net zo divers als de Nederlandse economie zelf. En de definitie van directe buitenlandse investering (FDI) is ook breed. Zo breed dat je je van een deel kunt afvragen hoe 'echt' ze zijn, ook al zijn de brievenbusfirma's eruit gefilterd. Vooral in de financiële sector speelt dat. Maar de investeringen die wél in Nederland neerslaan, zijn gigantisch.
Er zijn Amerikaanse bedrijven, zoals Dow Chemical, die hier vanaf de jaren zestig from scratch bouwen aan hun grootste chemiepark buiten Amerika. Als een buitenlands bedrijf een Nederland bedrijf overneemt, geldt dat ook als een buitenlandse investering. Denk aan het Amerikaanse PACCAR dat in de jaren negentig de failliete vrachtwagenbouwer DAF weer tot leven wekte met geld en kennisoverdracht. Of aan Tata Steel, dat de voormalige Hoogovens kocht. Eli Lilly gaat voor 2,6 miljard een medicijnfabriek in Nederland bouwen, weer andere farmagiganten doen hier voornamelijk onderzoek.
Wanneer je de Nederlandse industrie rangschikt naar CO2-uitstoot (hoe meer uitstoot, hoe groter je immers vaak bent), zie je dat de grootste 10 fabrieken allemaal in buitenlandse handen zijn.

Dat zie je ook terug in onze exportcijfers. Zo'n tweederde van wat Nederland exporteert, komt van buitenlandse multinationals, blijkt uit CBS-cijfers.

Naast deze industriële bedrijvigheid - goed voor ruim 200.000 banen - is er ook veel kantoorwerk te doen, zoals op de eerder genoemde regionale hoofdkantoren van Tesla, of Nike in Hilversum. Ruim 100.000 mensen werken daarnaast in de ICT, zoals bij IBM, Google, of Booking.com.
En toen hield het op
In de tien jaar na de financiële crisis verdubbelde grofweg de buitenlandse investeringen in onze economie. Maar sinds 2019 zit de klad erin en blijven de investeringen vrijwel gelijk, blijkt uit DNB-cijfers.

Dat heeft onder meer te maken met de ingrepen van de kabinetten Rutte 3 en 4, die de belastingregels voor multinationals flink versoberde. Ze wilden brievenbusfirma's raken, maar en passant werden ook echte bedrijven getroffen. Bijvoorbeeld door strengere regels om rente af te trekken van de belasting. In zijn algemeenheid werden bedrijven de melkkoe van de overheid. Tussen 2018 en 2025 werden hun belastingen met 13,5 miljard euro verhoogd. Een signaal dat ook echt wel de bestuurskamers in Amerika en India bereikte. Ook de recente ophef over de verandering van Box 3 - terecht of niet - die zelfs de landsgrenzen overging, hielp niet mee om Nederland een betere reputatie te geven.
Daarnaast raakte Nederland in het stikstofmoeras verzand. Een bedrijf als Dow Chemical wilde meer dan 1 miljard euro in verduurzaming stoppen (en in stikstofreductie), maar mocht dat niet doen vanwege stikstofregels.
Lees ook: Kan het wél? Gaat het kabinet Jetten het stikstofprobleem wel oplossen?
Maar niet alles kan op het bordje van Nederlandse politici worden geschoven. Door internationale afspraken tegen belastingontwijking en aanpassingen aan de Amerikaanse belastingwet, werd het voor bedrijven veel minder aantrekkelijk om internationaal met geld te schuiven. In Amerika werden daarnaast tal van subsidies ingevoerd (onder Biden) en regels geschrapt (onder Trump), waardoor Amerikaanse bedrijven er sneller voor kozen om in eigen land te investeren, dan hier.
Zowel Amerika, China als Europa willen daarnaast minder afhankelijk worden van anderen en proberen meer zelf te produceren. Of het nou energie of chips zijn. Die trend van strategische autonomie raakt Nederland extra hard, als land dat propvol zit met buitenlandse bedrijven.
En nu dan?
Wat de precieze oorzaak ook is, Nederland zit nu wel met een probleem. Buitenlandse bedrijven die zoveel goedbetaalde banen creëren en hier zoveel spullen en diensten maken en exporteren, investeren hier niet meer verder.
Het lijkt uitgesloten dat Nederland de komende tijd veel grote industriële investeringen kan lostrekken. Daarvoor zijn de stikstofproblemen te groot en zijn andere landen te aantrekkelijk.
Wellicht dat dat anders is bij grote energietransitieprojecten, waar 'Brussel' een oogje wil toeknijpen bij de stikstofuitstoot. De vraag is of het nieuwe kabinet bedrijven als Tata Steel en Dow weet te overtuigen om de komende jaren miljarden te investeren in het verduurzamen van hun fabrieken, of dat ze die laten verpieteren. Investeringen om bestaande fabrieken te behouden dus, niet om Nederland vol te zetten met nieuwe fabrieken.
Hoewel de roep om (AI-)datacentra toeneemt, lijkt ook dat niet echt van de grond te komen, vanwege beperkende Nederlandse regels.
De markt vindt zijn weg
Lichtpuntje is dat de markt zich vanzelf aanpast. Als Nederland een duur land is, met weinig ruimte, dan kiezen bedrijven vanzelf voor bedrijvigheid die daarbij past. Onderzoek en ontwikkeling (R&D) bijvoorbeeld. De Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) - de club van Economische Zaken die buitenlandse bedrijven probeert te lokken - constateerde dat R&D vorig jaar voor het eerst de grootste categorie nieuwe investeringen was, boven fabrieken en (regionale) hoofdkantoren.
Slechter nieuws is dan weer dat er bezuinigd wordt op NFIA. Terwijl de buitenlandse investeringen opdrogen en Nederland er slecht voor staat, zet Nederland er geen tandje bij, maar gaat zij dus ook nog eens haar loket aftuigen.
Wat gaat het nieuwe kabinet doen?
In het coalitieakkoord staan veel plannen, zoals het verlagen van de stroomrekening voor de industrie, wat mogelijk investeringen kan lostrekken. Rob Jetten liet twee weken geleden bij de jaarlijkse startup-jamboree van Techleap weten heel erg te willen inzetten op talent en uit te stralen dat Nederland weer open staat voor internationale studenten, medewerkers en bedrijven.
Lees hier het verslag van de Techleap-bijeenkomst: Met klagende startups gaat het eigenlijk best goed
De nieuwe staatssecretaris van Klimaat, Jo-Annes de Bat, heeft als taak om de industrie te verduurzamen. Als CDA-gedeputeerde in Zeeland, heeft hij zich al erg ingezet voor bedrijven als Dow en Yara, dus wie weet kan hij de investeringen ook op landelijk niveau vlot trekken.
Maar tegenover dat optimistische, open geluid, staan ook diverse bewindspersonen die voor een wat geslotener koers staan, zeker richting Chinese en Amerikaanse bedrijven. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen (CDA), zei enkele weken geleden nog tegen Hollands Welvaren over de mogelijke overname van twee Rotterdamse containerterminals door een Chinees staatsbedrijf. 'Ik vind het echt onacceptabel dat de Chinese invloed zo groot is.'
Lees hier: Trump en Xi spelen Risk met de Rotterdamse haven - en wij willen niet meespelen
Berendsens mede-minister op Buitenlandse Zaken, handelsminister Sjoerd Sjoerdsma (D66) heeft evenmin een goede relatie met China. Om het over Vincent Karremans maar niet te hebben, die tijdelijk de touwtjes in handen nam bij het door het Chinese Wingtech gekochte Nexperia. Hij is weliswaar geen minister van Economische Zaken meer, maar het signaal dat in China is overgekomen, is: denk twee keer na, voor je in Nederland investeert.
Daarnaast is er nu een nieuw staatssecretariaat voor Digitale Economie en Soevereiniteit, waar D66'er Willemijn Aerdts is benoemd. Zij moet de invloed van (Amerikaanse) tech-giganten terugdringen en meer op Europese partijen gaan leunen. Het wantrouwen richting Amerika, de grootste investeerder in Nederland, is groot geworden in Den Haag.
Den Haag is ver weg
Buitenlandse multinationals hebben Nederland veel rijker gemaakt. Maar het gevolg is ook dat de toekomst van de Nederlandse economie, veel meer dan in andere landen, wordt beslist in buitenlandse bestuurskamers. Mensen die niet in onze 'polder' rondlopen, samen geen Old Boys Network vormen, of een emotionele band met Nederland hebben. Zij kunnen overal ter wereld investeren. Om nieuwe investeringen los te trekken, zal Nederland dus met goede argumenten moeten komen. De beste ter wereld.
Meer lezen? Bekijk dan eens:



