Het kabinet bestrijdt de energiecrisis met een mager steunpakket dat vrijwel alleen burgers helpt. De industrie moet er op eigen kracht doorheen zien te komen. Als de politiek geld voor de industrie uittrekt, is het vooral om de grote vervuilers te verduurzamen. Maar de kleine, lokaal gewortelde fabrieken zakken nu door hun hoeven. Dat is pijnlijk zichtbaar in 'papierdorp' Eerbeek, waar het honderden jaren oude Coldenhove vorige week failliet ging, schrijf Menno Tamminga.

Over de auteur: Menno Tamminga was 28 jaar economisch redacteur bij NRC en is columnist bij Wynia's Week.

De piek in de toch al hoge Nederlandse energiekosten als gevolg van de gestokte olie- en gasinvoer heeft een van de oudste papierfabrieken in het Gelderse dorp (10.230 inwoners) genekt. Papierfabriek Coldenhove. Failliet. Drie jaar geleden sloot in Eerbeek papierfabriek De Hoop. 185 werknemers verloren hun baan

Het lijkt wel aan afvalrace zonder winnaars

Coldenhove en De Hoop – ze hadden een indrukwekkende toekomst achter zich. Maar een rijke geschiedenis betaalt geen energierekeningen.

Ze begonnen als papiermolens, De Hoop in 1657, Coldenhove in 1661. Ze wisten door drie eeuwen heen zichzelf steeds opnieuw uit te vinden. Nieuwe technologie. Nieuwe producten. De Hoop was ooit de vaste producent van de verpakkingen van Philips, totdat het bedrijf dat zelf ging doen. Coldenhove produceerde jarenlang het blauwe papier voor de Belastingdienst.

Wie Eerbeek zegt, zegt papier. Het dorp is papier, overal zag je de fabrieken, je kon ze vroeger ruiken en de omgeving ademde de bedrijvigheid, van de transportbedrijven tot de mannen in de overalls op de fiets naar hun werk.

Fun fact: zwembad Coldenhove, aan de bosrand van Eerbeek wordt verwarmd met de restwarmte van de nabije gelijknamige papierfabriek. Zolang de curator van papierfabriek Coldenhove de productie voortzet, hoeven de zwemmers geen kou te lijden, kregen ze afgelopen week te horen.

Zoals Eerbeek waren er meer plaatsen in Nederland. Steden en dorpen waren verweven met ‘hun’ industrie. Eindhoven was (en is nog steeds een beetje) Philips. Genemuiden: tapijt. IJmuiden: staal.  

Maar voor Eerbeek wordt de bijnaam papierdorp langzaamaan geschiedenis.

Naar schatting biedt de productie, vervoer en handel in papier in Eerbeek aan 2.500 mensen werk. Na het bankroet van Coldenhove houden twee papierbedrijven de eer van het dorp hoog: Folding Boxboard (vouwkarton) en DS Smith (verpakkingskarton).

Pioniers

Het verhaal van het papier in Eerbeek is het verhaal van industriële pioniers en familiebedrijven, van afgebrande papiermolens en faillissementen.

De papierfabrieken waren de bakermat van de industriële bedrijvigheid in Oost-Nederland. Met dank aan het schone water dat van de hoger gelegen Veluwe in beken en sprengen naar de lager gelegen steden en dorpen stroomde. Daar bouwden ondernemers papiermolens die uitgroeiden tot heuse fabriekjes. In Renkum, Heelsum, Wapenveld, Ugchelen, Loenen. En in Eerbeek.

Toen Omroep Gelderland ruim tien jaar geleden in kaart bracht wie de twintig oudste maakbedrijven in de provincie zijn, bleek de top-5 uit louter papier- en verpakkingsbedrijven te bestaan. De oudste stond in Loenen: Schut Paper. In Ugchelen de fabriek voor bankbiljettenpapier, die ooit Van Houtum en Palm (VHP) heette. In 1990 kocht de Britse papiermaker Arjowiggins het bedrijf. Maar Arjowiggings hield het niet vol en nu is de Franse speciaalpapiermaker Oberthur Fiduciaire de eigenaar. Eerbeek staat met twee namen in de top-5: het toenmalige Mayr-Melnhof en Coldenhove. Op hen kom ik nog terug.

Papier produceren vereist grondstoffen en kapitaal. Papier is een conjunctuurgevoelig product. Als de economie inzakt en de vraag van gebruikers terugvalt, zit de papierfabriek met hoge vaste kosten om zijn dure machinepark draaiende te houden. Vandaar dat er in de afgelopen decennia in en rond Eerbeek sprake is van schaalvergroting onder leiding van kapitaalkrachtige buitenlandse bedrijven. Schaalvergroting moest kostenvoordelen opleveren. Bedrijven uit landen als Finland hadden ook betere toegang tot grondstoffen én enige marktmacht bij eindgebruikers.

Speelbal

Lokale ondernemingen kwamen dankzij deze economische krachten in een carrousel van buitenlandse overnames terecht.

Het gevolg is dat beslissingen over nieuwe investeringen niet meer lokaal worden genomen, maar op buitenlandse hoofdkantoren. Dat betekent ook dat werknemers en de lokale gemeenschap zich speelbal kunnen voelen van de belangen van hun buitenlandse eigenaren.

Tagged in: