Wie niet sterk is, moet slim zijn. Nu grootmachten Amerika en China de wereldorde meer en meer naar hun eigen hand willen zetten, proberen de 'middle powers' hun krachten te bundelen. Ook Nederland is zo'n middenmacht. Wat kunnen we van elkaars krachten en zwaktes leren om sterker te staan? Zes opvallende overeenkomsten, verschillen en leerpunten.

1: Onderschat de servet-nog-tafellaken-landen niet

De Canadese premier Mark Carney introduceerde eerder dit jaar de term 'middle powers'. Een precieze definitie van middenmachten is er niet, maar Hollands Welvaren verzamelde diverse data van vijftien middelgrote economieën, met relatief hoge inkomens, open economieën en over het algemeen redelijk open samenlevingen.

Canada is dan misschien veel kleiner dan zijn zuidelijke buurman, maar op wereldschaal is Canada alles behalve klein. Het is de tiende economie van de wereld. En ook Nederland is met haar 18 miljoen inwoners toch maar mooi de 18e economie van de wereld.

Hoewel de AI-strijd vooral tussen Amerika en China gaat en Big Tech veel aandacht naar zich toetrekt, zijn de middenmachten een cruciale schakel. Zonder 'ons' ASML, Samsung en TSMC geen AI-chips.

2: Kwetsbaarheid onvermijdelijk

Als je als klein land zulke gespecialiseerde spullen weet te maken, moet je de wereld wel als afzetmarkt gebruiken (ASML verkoopt geen enkele EUV-machine in Nederland). En omdat je niet honderden miljoenen burgers hebt die buitenlandse spullen willen kopen, staat daar weinig import tegenover.

Bijna al deze middenmachten hebben dan ook gigantische exportoverschotten. Dat maakt hen per definitie kwetsbaar voor handelsbarrières die bijvoorbeeld Amerika nu opwerpt.

Wie rijk wil zijn als land, zal dus deze Achilleshiel voor lief moeten nemen.

Voor landen die hun rijkdom uit de grond halen, zoals Noorwegen en de Verenigde Emiraten is dat anders. Maar zij zijn in de minderheid in deze 'club'. De meeste landen zijn juist gaan innoveren omdat ze géén natuurlijke hulpbronnen hebben (of liever ontkennen dat ze die hebben, zoals Nederland met het Groningse gas doet).

In de Nederlandse publieke discussie voelt het vaak onprettig dat we zo afhankelijk zijn van het buitenland van onze energie. Maar dat lijkt haast onvermijdelijk voor hoogtechnologische middenmachten. In Zuid-Korea en Ierland is dat niet anders.

3: Middenmachten kúnnen floreren in nieuwe wereld