Belast vermogen meer en arbeid minder, zodat werken weer loont. Je hoort dit cliché overal. Maar de belasting op werken ís de afgelopen jaren al flink gedaald. Dat is alleen zo houtje-touwtje gedaan, dat bijna niemand het doorheeft. Niet het belastingstelsel, maar politici en columnisten wakkeren de angst aan om meer te gaan werken.
Laten we ons even ergeren. Er is een fiscale regeling die 38 miljard euro kost en die 'niet of beperkt doeltreffend en doelmatig' is. Zo'n regeling dus waarvan verstandige economen, beleidsmakers en het columnistengilde steevast vertellen dat je het eigenlijk beter kunt afschaffen.
Er zijn alleen miljoenen mensen die hiervan profiteren. En dus zijn er partijen zoals de VVD die keihard vechten voor de status quo: afblijven! Een mooi voorbeeldje van wat Volt-eenpitter Laurens Dassen deze week in Trouw 'achterbansubsidie' noemde.
Alleen.. Dit gaat niet over de hypotheekrenteaftrek. Die kost maar een lousy 12 miljard euro. Dit gaat over de ruim drie keer zo grote arbeidskorting. Een fiscale kortingsbon die de afgelopen jaren zo groot is geworden dat het elke werkende gemiddeld ruim 400 euro per maand oplevert. Veel meer dan de hypotheekrenteaftrek. Die is voor de meeste mensen nog niet eens de helft van dat bedrag.

De arbeidskorting is zo groot geworden, dat het een farce maakt van de officiële belastingtarieven op werk van 35,75 tot 49,50%. Het probleem is alleen dat die tarieven wél heel zichtbaar zijn. En die tarieven worden vaak vergeleken met de diverse belastingtarieven op vermogen. Ondernemers betalen 'maar' 19 tot 25,8% winstbelasting, hoor je dan. En over je vermogenswinst in Box betaal je 36%, veel minder dan toptarief voor werkenden.

Maar in de praktijk betaal je als werkende veel minder belasting. Vooral door die arbeidskorting, maar ook door de Algemene Heffingskorting (een belastingkorting van 27,3 miljard euro).
Uit een dataset van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de meeste huishoudens die samen minder dan 100.000 euro verdienen (dat zijn grofweg twee modale verdieners) onder de 20% belastingdruk blijven. Zij houden dus gewoon 80% of meer van hun 'hardverdiende' euro's zelf. En dat in een land waar de overheid 46,2% van al het geld opslokt om te ververdelen en uitgeeft.

Niet alleen is die belastingdruk voor werkenden laag, hij is de afgelopen jaren ook gedaald. Vooral voor mensen met een laag- en middeninkomen. De helft van de werkenden draagt nu minder dan 12,3% van haar inkomen af aan de fiscus, meldde het CBS recent. Tien jaar eerder was dat nog 15,4%.

Je kunt veel zeggen van de VVD. Maar als partij die al die jaren met haar vingers aan het landsbestuur heeft gezeten, heeft zij er dus wel degelijk voor gezorgd dat werken meer loont.
Je hoort vaak dat in Nederland werken zwaarder wordt belast dan vermogen. Dat geldt vooral voor middenklassevermogens zoals het eigen huis en het pensioen. Maar winst maken wordt in Nederland juist vaak zwaarder belast. Wie 50.000 euro per jaar verdient, grofweg een modaal inkomen, betaalt daar minder belasting over in Box 1 dan wanneer je eenzelfde inkomen zou halen uit vermogen (Box 3). Een ondernemer met een eigen b.v. die zo'n bedrag aan winst maakt en aan zichzelf uitkeert, betaalt nog meer.

De verschuiving in belastingdruk is zo groot, dat die ook in de statistieken duidelijk terug te vinden is. In 2023 was 46% van alle inkomstenbelasting afkomstig uit arbeid, tien jaar eerder was dat nog 56%, meldde het kabinet vorig jaar aan de Eerste Kamer. De belastinginkomsten op kapitaal zijn in die periode juist bijna verdubbeld tot 25%.

Maar waarom zien we dat niet? Waarom wordt er steeds geroepen dat werken weer moet lonen en vermogen zwaarder belast moet worden? Eigenlijk heel simpel. Omdat politici en columnisten in koor roepen DAT WERKEN WEER MOET LONEN!!
En politici en columnisten hebben verstand van wat ze zeggen, toch? Dus dan zal wel zo zijn. Demissionair staatssecretaris Eugène Heinen (BBB) stuurde vorig jaar een onderzoek naar de Kamer waaruit bleek dat mensen eigenlijk geen idee hebben hoeveel extra belasting ze zouden betalen als ze meer zouden gaan werken. Vooral mensen met een lager inkomen overschatten hoeveel extra belasting zij zouden moeten afdragen als ze meer gaan werken.
Dat komt natuurlijk deels doordat het belastingstelsel zo ingewikkeld is geworden. Als je meer verdient, betaal je niet alleen het belastingtarief, maar je kunt ook toeslagen verliezen, de aanvullende studiebeurs van je kind kan gekort worden en arbeidskorting en algemene heffingskorting kunnen dalen. Maar de arbeidskorting kan ook stijgen... Wie door die bomen het bos nog kan zien.
Maar al deze onzekerheden doen niets af aan dit feit: voor de meeste mensen kan meer gaan werken wel degelijk uit. Werk je nu als deeltijder met minder dan 20 uur en ga je één extra dagdeel werken, dan betaal je in de meeste gevallen hooguit 25% belasting over dat extra inkomen, berekende onderzoekers enkele jaren geleden in economenclubblad ESB. Daarbij is er ook rekening mee gehouden dat sommige mensen dan extra kinderopvang moeten regelen, met alle kosten van dien. Slechts 2% van de werkenden kent een 'extreem hoge marginale druk' van meer dan 80% over het extra inkomen, stellen de onderzoekers. Dat zijn vooral alleenstaanden en gezinnen met één kostwinnaar.
Het is dus niet het belastingstelsel dat mensen afschrikt om meer te werken. Het zijn mensen die roepen dat werken meer moet lonen, die de deeltijdcultuur in stand houden.
Is meer belasting het probleem, of de oplossing?
Natuurlijk zitten niet alle werkenden in het fiscale paradijs. Als je in de middenklasse zit en al meer dan een halve week werkt, dan kan het wel zijn dat je grofweg de helft van je salaris over een extra dag werken afdraagt aan de fiscus. Maar dat komt dus ook doordat je tot die tijd waarschijnlijk heel weinig belasting betaalde - en dus ook weinig bijdroeg aan de collectieve voorzieningen.
Dat zou mensen kunnen weerhouden van extra werken, maar in de praktijk is geld vaak niet de belangrijkste reden om meer of minder te werken. Het zorgen voor kleine kinderen, jezelf, je ouders, of je hobby's is belangrijker, blijkt uit diverse onderzoeken, waaronder van De Nederlandsche Bank.
Antwoord op vraag: waarom werkt u niet voltijds?

Oftewel: hoe beter de vaak publieke randvoorwaarden - betrouwbare kinderopvang, goede ouderenzorg - hoe groter de kans dat mensen meer gaan werken. Misschien is het - omdenken - juist die extra belasting die al die publieke voorzieningen betaalt, die mensen meer laat werken.
Probleemperceptie
Eigenlijk hadden we al jaren kunnen weten dat niet de hoogte van de belasting, maar de perceptie daarvan het probleem was. In 2024 liet het ministerie van Financiën de heffingskortingen evalueren. Toen waren de onderzoekers al kritisch over de steeds meer miljarden opslokkende arbeidskorting. Want theoretisch gezien beloont hij werken meer: hoe meer korting op de belasting, hoe voordeliger. Maar in de praktijk werkt dat niet zo, omdat mensen de arbeidskorting niet zien. De hoogte van de belasting verandert, maar de perceptie verandert niet mee.
De onderzoekers suggereren dat het beter zou zijn om het belastingstelsel te versimpelen. Geen hoge belastingtarieven combineren met ingewikkelde kortingsbonnen, zoals de arbeidskorting. Maar een eerste belastingschijf van 0% die afhankelijk is van je situatie. Voor werkende ouders met jonge kinderen zou grofweg de eerste 30.000 euro belastingvrij zijn.
Maar zo'n maatregel kost geld. Want bij een grootschalige verbouwing van het belastingstelsel zijn er altijd winnaars en verliezers. En die laatste groep moet gecompenseerd worden, wat vele miljarden kan kosten.
Zo'n versimpeling zou natuurlijk goed zijn. Maar zolang politici niet durven te bezuinigen en hervormen, lijkt het niet aannemelijk dat er geld is voor zo'n grote fiscale verbouwing. Er is echter een makkelijke om mensen weer meer te laten werken. Een manier die de schatkist ook nog eens nul euro kost. Stop met zeggen dat werken weer moet lonen.
Vond je dit interessant? Lees dan ook:





